dinsdag 25 mei 2010

Rust, voor vier en een halfuurtje.

Eindelijk. Ein-de-lijk. Ze was alleen thuis, ze genoot eens even van die rust. Ze had al weken dat opgejaagde gevoel gehad. Dat gevoel dat er teveel mensen om haar heen zaten, teveel drukte. Ze had een sterke relatie met haar vrijheid en was niet van plan die ooit op te geven.

Ze gleed in haar pasgekochte, donkerblauwe jurkje met marinestrepen, vlocht haar haar in een losse vlecht, die meteen op haar rug neerviel. Ze gooide haar slippertjes uit, die door har rommelige kamer heen vlogen. Ze zette haar te lang geworden pony nog even weg met een knijpertje, en hoppla, ze was er klaar voor. Ze sprong met drie treden tegelijk de trap af, zoveel plezier had ze erin. Geen gezeur, een rinkelende mobiel, gewoon alleen.

Ze liep naar de keuken, en bewoog ondertussen haar hoofd ritmisch mee op de muziek, die haar akoestische gitaargeluiden afspeelden. Ze pakte een tequilaglas en vulden dat met ijsklontjes. Ze keek in de koelkast en greep met haar vingers de grote nog goed gevulde Colafles en vulde haar glas ermee. Het maakte haar niet uit, of er eigenlijk tequila in moest zitten. Dat dronk ze een andere keer wel. Terwijl ze dat dacht, verscheen er een ondeugende glimlach op haar gezicht, dat zou ze inderdaad een andere keer drinken. Ze rinkelde met de ijsklontjes, ze hield van dat geluid. Spettertjes raakten de grond, toen ze de deur probeerde open te maken met de rug van haar hand, met in de andere haar stapeltje boeken in de ene hand en haar glas. Ze duwde de witte deur weer met aar pas gelakte teennagels weer dicht. Ze huppelde bijna naar het schuurtje, nadat ze haar boeken had neergelegd op het groene tafelkleed, dat al warm aanvoelde door de zon. Uit het schuurtje maakte ze eerst grote stappen over de vier fietsen, die daar altijd stonden, en probeerde het kussen voor in de tuinstoel eruit te halen, zonder haarzelf al te veel te stoten aan de rieten mand vol oud speelgoed. Na wat gefriemel wrikte ze dan het dikke kussen uit de zwarte zak, waarin alle kussens lagen. Ze gooide het kussen naar buiten, en kwam er toen zelf achteraan. Ha, nu kon ze dan van het zonnetje genieten en een mooi bruin kleurtje krijgen zonder teveel te bewegen en die boeken eens uitlezen voor ze weer terug moesten naar de bibliotheek. Ja, waarschijnlijk was ze nog een van de enigen die naar de bibliotheek ging, maar wat zou het? Ze hield van de oude geur, ze snoof hem altijd even op, voordat ze compleet van de aarde verzonken in haar boek ging lezen. Opeens sprong ze weer op, liep weer naar binnen, stormde de trap op en pakte haar zonnebril. Die mocht niet missen op haar zonnige dagje. Op het terras schoof ze deze in haar haar, schoof het springere, eigenwijze krulletje weer tussen de rest en genoot.

Na anderhalf uur was ze een boek, twee glazen en 30 liedjes verder, en liep naar binnen. Daar zette ze uit automatisme de televisie aan, een of andere spionjongen interesseerde haar, en met haar armen om haar knieën geslagen keek ze toe hoe hij tegen het kwaad vocht. Hoe hij vloog, redde, hielp. Zoiets wilde ze ook wel, superwoman, maar dan zonder dat strakzittende broekje of die cape. Die zouden haar alleen maar belemmeren in haar bewegen, haar doen. Nee, ze hield haar eigen kleren wel aan en hielp de wereld zelf wel een handje door gewoon eerlijk te zijn. Door minder leugens te verspreiden, geloven en er gewoon te zijn voor anderen als ze een helpende hand nodig hebben, een arm om hun heen, een mooi woord.

Ze rende weer naar buiten, genoot van de grond onder haar blote voeten. En zette zich weer neer in haar tuinstoel, in de tuin was ze in aar element. Elk bloemetje, elk beestje, elk klein detail, niks ontging haar. Ze rook de frisse rozengeur, ze voelde de wind dat haar haar een stukje optilde en zag de mieren wegen omhoog kruipen naar haar dikke teen. Ze zuchtte van geluk, legde haar benen weer languit op de stoel en waande zich weer voor anderhalf uur in een wereld vol mooie zinnen, gedachten en woorden, precies goed verwoord. Voor haar allen geschreven, leek het wel.

Ze hoorde stemmen en keek naar rechts, waarbij haar krullen zich weer uit haar vlecht ontsnapten. Papa, mama, Estelle en haar oma waren weer thuis. Haar eigen ‘vakantie’dagje had precies 4,5 uur geduurd, maar dat was goed genoeg. Ze sprong op; ‘Hallooooooo! Was het leuk?’ Ze glimlachte toen ze papa de barbecue zag opzetten, haar zusje naar binnen rende voor een tijdschrift en mama het fruit begon te snijden. Ze was weer terug, in haar eigen drukke leventje, maar heel eerlijk? Ze kon er soms ook niet zonder.

In het bos.
















Een sprookjesfoto,
gemaakt met de liefste sprookjesfiguren
in mijn eigen levend sprookje.

maandag 17 mei 2010

voor Annemarie en al de andere mensen die ik lief heb.

if life was a fairytale,
and i would be a fairy,
i would give you the strentgh,
the power and all other happiness in the world.

I would throw with powder dust,
on this little world of you, me and all those other people.
I would pray for peace everyday,
everywhere you go.

unfortunely,
life isn't a fairtyale,
and I am no fairy,
but I will be your special one without wings.

I will search your way,
I will behind all your steps,
I will be that little voice in your head,
The one you always can count on.

maandag 10 mei 2010

Inspired.

I never,
ever have felt so inspired.
So inspired,
by just closing my eyes
and listen.
Listen to her amazing voice,
enjoying.

My female hero,
came through youtube in my life,
she is giving me the power,
the strength,
to play often guitar,
to improve my singing,
to believe in my dream.

Thank you,
thank you for your songs,
thank you for being on youtube,
thank you for inspirering me,
thank you for being you.
Gabriella Aplin.
<3

vrijdag 7 mei 2010

notre pays des merveilles.

Prenez vos lunettes de soleil, et de prendre immédiatement vos pensées et vos rêves avec vous, alors nous irons ensemble à notre pays des merveilles.

Cosmogirl schrijfwedstrijd.

‘Hé Fleur! Wie had ooit nog gedacht dat wij nog eens samen op vakantie zouden gaan?’ Verschrikt draaide fleur zich om. Oh nee! Ze kon wel door de grond zakken toen ze zag wie er door de klapdeuren van de dansstudio kwam lopen. Uitgerekend Milan was haar danspartner. Hij was de knapste, maar ook de meest arrogantste jongen van de dansschool en Fleur kon hem niet uitstaan. Boos keek ze naar haar dansleraar. Hij wist dondersgoed dat ze Milan niet mag en toch stuurde hij hen samen naar één van de meest prestigieuze danswedstrijden in L.A. Bah, waarom moest haar vaste danspartner Jasper nou ook net zijn voet breken?

Ik kende Milan al sinds mijn achtste. Sinds ik was verhuisd van de drukke stad, naar het kleine dorpje, had hij me sindsdien altijd als mikpunt gezien. Mijn vlechten losmaken, mijn springtouw verstoppen en mijn lekkere dropjes opeten. We waren even oud, en daardoor kwamen we ook op de middelbare school bij elkaar in de klas.

‘Ik had dat ook nooit gedacht’, zei ik sarcastisch, en ging in positie staan. ‘Fleur, ik weet dat je niet goed met Milan kunt opschieten, maar hij is de enige die deze dans in deze korte tijd kan onthouden, en goed kan uitvoeren. Laten we beginnen, we hebben weinig tijd. De begintonen van Work van Kelly Rowland, vulden de danszaal. ‘1, 2, 3, 4’ En terwijl ik mijn choreografie samen met mijn dansleraar uitvoerde, keek Milan toe. ‘Nou, misschien kunnen we iets aanpassen vanuit mijn gedeelte. Als je bij dit punt bent, dan kan ik misschien een draai maken, zodat ik weer bij de 4e tel sneller bij jou ben.’ Wat dacht Milan wel niet, zomaar iets aan mijn choreografie veranderen waar ik maanden aan had gewerkt? Mijn dansleraar trok zijn schouders op, en zei: ‘Probeer dat dan maar eens.’ We deden het opnieuw, en inderdaad, het ging zo veel beter. Verdorie, waarom had Milan ook altijd gelijk?

Drie weken later, na een lange, vermoeide vliegreis, was het dan zover. Ik had niet goed geslapen vannacht en voelde de spanning. Zenuwachtig stond ik van mijn ene been op het andere te springen. Verdorie, wanneer waren wij nu aan de beurt? ‘Doe nou maar rustig, nog maar twee dansparen.’ ‘Shit! Ik heb mijn oma’s kettinkje niet om. Ik kan niet zonder. Ik moet het gaan halen in mijn hotelkamer!’ ‘Nee, dat haal je niet meer, je kunt het ook zonder dat kettinkje.’ ‘Nee, dat kan ik niet! Het betekent veel voor me, laat me nu langs!’ Milan pakte me bij mijn armen vast. ‘Auw, dat doet pijn!’ Tranen sprongen in mijn ogen. ‘Je gaat nergens heen.’ ‘The next coupple are Fleur van Huizen and Milan Houten!’ ‘Kom mee, we moeten gaan.’ We liepen naar de dansvloer, en terwijl we glimlachten naar het publiek en de jury, siste ik: ‘Waarom verpest je toch altijd dingen voor mij?’ Hij keek me verbaasd aan, maar kon niks zeggen, doordat we een paar meter apart van elkaar begonnen. En toen was het dan zover, de muziek vulde het gebouw, en we begonnen te dansen. Juist doordat ik zo kwaad op hem was, wilde ik het voor mezelf beter doen. We keken naar de jury, en we lieten niemand onze spanning laten voelen, totdat we van het podium af waren. ‘Nou moet jij eens goed luisteren, verwende meid. Ik leer in drie weken een dans voor jou, omdat ik weet dat je hier al jaren van droomt, en het enige wat jij doet is me afkraken. Ik ben graag bij je, maar zo hoeft het voor mij niet.’ ‘Je bent graag bij me? Nou, daar heb ik dan al die tijd, niks van gemerkt.’ Hij pakte me vast en zei: ‘Snap je dan niet dat ik je al die tijd leuk vond? Maar jij kon me niet uitstaan.’ ‘Maar dat wist ik helemaal niet’, zei ik zachtjes, en sloeg mijn ogen neer. ‘Kom eens hier’ en hij zoende me. ‘Jongens. Jongens!’ Onze dansleraar begon ons uit elkaar te trekken. ‘Luister!’ ‘Where are Fleur and Milan? Where are they? Ah, there they are! They are the winners!’ We kregen beide een boeket bloemen en een beker. Maar ik had veel meer gewonnen, namelijk een heel lief vriendje.

zondag 2 mei 2010

omdat niet alles serieus hoeft te zijn.


Elke sprookje begint met de zin,
'Er was eens.'
Nou, dan begint mijn verhaaltje er dan ook maar mee.








Er was eens een kabouterje.
Je weet wel,
zo'n kaboutertje met een groene overall en een rood puntmutsje.
Hij deed standaard klusjes,
hielp bosbessen versjouwen, maakte van hout kruiwagentjes,
hielp eekhoorntjes met hun voorraadje, te goed verstopt, te vinden.
Hij had een lief kaboutermoedertje,
een beetje streng kaboutervadertje,
en lieve grootouders.
Hij was een standaard kabouter,
en had niets te klagen.

Maar toch, hij wilde niet standaard zijn.
hij wilde niet zomaar het eerste het beste mooie kaboutermeisje met gele strikken in het haar trouwen. Hij wilde eerst de wereld zien, dan die paar meter boomstammen. Dus op een dag besloot hij alles anders te doen, liet hij een briefje achter op een tafeltje in zijn rood wit gestipte paddestoel. 'Lieve vrienden, familie, ik ben weg. Voor een tijdje, een lang tijdje, geen idee. ik ben jullie dankbaar voor jullie bezorgdheid, maar nu ga ik, mijn eigen, vreemde weg. Het ga jullie goed!'

en zo ging hij. Met zijn plunjezak vol gesmeerde broodjes met jam, aan een stokje gehangen, die hij over zijn rug vasthield. Hij was er klaar voor. De zon kwam al op. Hij liep en liep en liep. Hij liep eerst langs alle bekende plekken in zijn kabouterdorpje, de schilder, de bakker en de kapper. Daarna kwam hij op plaatsten die hij alleen nog maar gezien had, als hij hout voor zijn kacheltje moest halen. Steeds verder liep hij, kroop over grassprieten en waste zijn gezicht met dauwdruppels. Toen nam hij pauze, ging hij op een blaadje zitten van een mooie paardenbloem. Een bij landde op de bloem, en de bloem begon te wiebelen. 'hey hallo, kijk een beetje uit, alsjeblieft?!' De bij keek omlaag, 'Is daar iemand?', vroeg hij. 'Ja, ik. Kaboutertje Eigenwijsje.' De bij keek nog eens goed met zijn insectenogen, verrek, daar zat een kabouter. Hij streek naast hem op het blaadje neer. 'Ben jij niet veel te ver weg uit kabouterdorp?' voreg hij. 'Nee hoor, ik ben op onderzoek uit naar de rest van de wereld. Wil je met me mee onderzoeken?' 'Oh nee, ik heb al veel plekken gezien.' 'Oh ja, vertel er eens wat over!' vroeg kaboutertje Eigenwijs met glinstertjes in zijn ogen. De bij vertelde over de mensenwereld vol geurige bloemen, kleine en grote reuzen en veel beestjes. 'Ze leven allemaal op straat, maar je moet oppassen hoor. De reuzen zijn aardig, maar soms ook niet. Ze hebben mijn vriendje bijna doodgeslagen met een heel groot groen ding.' 'Wat voor een ding?' vroeg kaboutertje verschrikt. 'Een vierkant ding met van zo'n gaatjes, en daar zit dan nog een steel aan. Weet je zeker dat je verder wilt gaan?' 'Ja, dat wil ik. Wil je mee?' 'Oh nee, dat kan niet. Ik zie net aan de zon dat ik al veel te lang weg ben, ik had mijn lieve vrouwtje Zwartstreepje beloofd, op tijd thuis te zijn. Maar heel veel plezier en succes!' Met die woorden vloog bijtje B weg. Kabouter Eigenwijsje at een hapje van zijn broodje. Hij had er maar vijf bij zich, maar gelukkig was hij nooit zo'n grote eter geweest, en had hij met vijf broodjes wel genoeg voor vijf dagen. wat hij daarna zou eten, zag hij dan wel. Hij sprong van het blaadje af, pakte zijn plunjezak en liep fluitend door. 'Tududududuuuuuu.' Kabouter Eigenwijsje liep de hele dag door, tot zijn voetjes pijn deden. Hij deed zijn schonetjes uit, haalde de steentjes eruit, en zocht een geschikte slaapplaats. Daar, een holletje, onder die boom. Dat was wel een fijn plekje. Hij pakte twee blaadjes, het ene vouwde hij om tot een kussentje, het ander werd zijn nieuwe dekbedje. Hij legde zijn plunjezakje naast zijn hoofd, en stapte in zijn in elkaar geflanste bedje. Thuis lag het toch beter, maar die gedachte verdong hij maar snel. Het duurde niet lang, of kabouter Eigenwijsje viel in slaap.

wordt vervolgd.