dinsdag 12 april 2016

Ik vraag je

Ik vraag je niet
Om de wc-bril weer omlaag te doen
nadat je weer eens naar de wc bent gerend

Ik vraag je niet
Om te stoppen met kietelen
wanneer je quasi-beledigd op mijn grapjes reageert

Ik vraag je niet
Om mij te knuffelen, heel de
nacht lang, ook al doe je dat wel

Ik vraag je niet
Om me telkens te zoenen en me
te zeggen dat je van me houdt

Ik vraag je alleen
Om niet mijn hart te breken

zondag 31 januari 2016

Niets zou meer schijn kunnen zijn

Haar ogen keken eventjes weg, voordat ze ze sloot. Haar hoofd leunde tegen de muur. Ze wist niet wat ze zeggen moest. Ze wist niet of ze nu gelukkig was. Ze wist niet of ze ooit gelukkig was geweest. Het enige wat ze wist, is dat ze in het nu leefde. Het leven leidde zonder rituelen, fladderend van dag naar dag. En dat was meestal goed zo. Een lach vormde zich vaak op haar gezicht. Haar ogen straalden wanneer ze uitgebreid een verhaal vertelde. Maar dat waren het slechts, verhalen. Verzinsels. Zinnen die de wereld maar vooral haarzelf mooier zouden maken. Grappiger misschien wel. Meestal leidde zij het leven, maar op momenten als deze leidde het haar. Ze zuchtte, bijna onhoorbaar, maar hij zag het. 

Het was iets wat ze altijd al gevoeld had. Dat het leven beter was als je volledig de controle in handen had. Mensen zeiden tegen haar dat dat niet kon, maar daar hadden ze ongelijk in. Ze wisten alleen nog niet hoe. Misschien hadden ze de spelregels nog niet gelezen. Ze was er immers ook pas op haar twaalfde levensjaar achter gekomen. Moeilijk was het niet. Het kostte enkel wat oefening. Soms zag ze nog iemand die het door had. Een blik van herkenning, waarin beiden voor een seconde hun rol verloren. Ogen van weemoed, vlak voor een schaterlach. Het kwam nooit voor dat ze elkaar na dat moment nog spraken. Immers, ze kenden elkaars leven al omdat ze hetzelfde leefden. Wat zouden ze nog moeten delen met elkaar? Vertellen aan elkaar? Niets zou meer schijn kunnen zijn. 

''Zeg iets.'' Zijn woorden klonken, maar ze hoorde ze niet. Ze dacht aan de tijd die ze samen met hem had doorgebracht. Langer dan de meesten die ze ontmoette. Ze dacht zelfs dat het tot iets zou leiden. Dit keer echt. Ze voelde nooit wat. Pas nadat ze iemand  om haar vinger had gewonden, wist ze of ze nog meer tijd met hem wilde doorbrengen. Of ze het een poging zou geven of op zoek zou gaan naar een volgend slachtoffer. Ze wist in elke situatie welke woorden ze moest gebruiken. Behalve in deze situatie. Misschien had hij haar wel door, voordat zij hem door had. Als ze in sprookjes had geloofd, had ze nu misschien wel gedacht dat hij haar vloek zou doorbreken. Dat ze nu zou leven als ieder ander. Hij legde zijn hand op haar wang, waardoor ze wel naar hem moest kijken. En toen zag ze het. Onbegrip. Hij had haar niet door. Hij had enkel de juiste vraag had gesteld. ''Ja, ik ben gelukkig'' loog ze.

woensdag 18 november 2015

#zeghet

Ik denk niet dat ik ooit het gevoel beschrijven
kan, dat zinnen zelfs de vernedering zouden onderschatten
En zelfs al zou ik er enorm naar neigen
geen enkel woord kan de gebeurtenis vatten

(Ik herinner me de schaduwen, de sterren en
het met dauw bedekte gras waar we op lagen
de woorden die ik in elke nachtmerrie weer herken
en vooral de ferme handen die zich naar verboden terreinen begaven)

Het voorval zelf heb ik vrijwel meteen verdrongen
Voornamelijk uit wanhoop dat zo de mogelijkheid bestaat
Dat elke handeling die die nacht werd gedwongen
op deze manier alsnog ongedaan kon worden gemaakt

Twee jaar en twee maanden later ben ik
nog steeds niet dol op bomen die donkere velden omringen
en wanneer ik dan weer zijn gezicht voor de geest haal op dat ogenblik
doe ik geen moeite meer om mijn kippenvel te verdringen

dinsdag 17 november 2015

Wil het niet.

Ik zou elk woord in het vocabulaire kunnen gebruiken
om je te vertellen hoe vreselijk ik me voel.
Ik zou je kunnen smeken, kunnen huilen
en naar je toe komen.
Wil het niet dat ik dat niet meer durf.

Het was kort, tien seconden maar.
Hoe het daartoe kwam, weet ik al niet meer.

Ik zou zoveel zinnen kunnen vertellen,
zoveel gevoelens in gezichtsuitdrukkingen kunnen leggen.
Ik zou je kunnen knuffelen, je vasthouden
en je gewoon nooit meer los laten.
Wil het niet dat ik dat niet meer durf.

Verscheurd tussen twee werelden,
waar tranen de hoofdrol spelen en niets meer zeker is.

Ik zou elke taal leren om je aan te spreken,
om uit te drukken hoe ik me voel.
Hoe die seconden voor mij voelen,
als urenlange marteling voor jou en voor ons.
Wil het niet dat het aanvoelt alsof het te laat is.

maandag 7 september 2015

Werkelijkheidszin

Verlaten en verloren
Met een hand boven zijn ogen
Staat hij daar gebogen
Te kijken naar de horizon

Het avondgloed streelt zijn gezicht
Verzacht zijn streven
En verblindt tevens voor even
Alle hokjes die hem vormen

Maar dan richt zijn blik
Weer op de baan
Gaat hij in positie staan
Pakt gretig zijn golfclub

Bij elke zwiep verliest hij
Steeds meer zijn werkelijkheidszin
Immers, in één keer erin
Is het enige dat telt

zaterdag 24 januari 2015

Ik wil je.

Ik wil je
Horen fluisteren
en sussen
en je stiekem 's ochtends wakker kussen

Ik wil je
Knuffelen
en aanstaren
en mijn vingers laten gaan door je haren

Ik wil je
Kietelen
en horen lachen
en 's ochtends vroeg met gesloten ogen naar je glimlachen

Ik wil je
Voelen
en strelen
en voor altijd een kamer met je delen

Maar ik wil je vooral
Nu
en hier
en je voetstappen zachtjes tellen vanaf mijn portier

zondag 2 november 2014

Zondagmorgen.

Twee paar benen
onder de lakens
Gewikkeld om elkaar terwijl
zonlicht spiekt door de gordijnen

Een fluisterend "goedemorgen"
een kus op mijn mond
Mijn vingers langs je gezicht
strelen je gelukkig

Met gesloten ogen
glimlachen we
Als we ons nogmaals
dichter naar elkaar draaien

Onze kussen veranderen in zoenen
terwijl in elkaar gevlochten handen
Elkaar vinden en niets meer
gezegd zou hoeven worden met woorden

Maar wanneer ik dan
uiteindelijk toch mijn ogen naar je opsla
En ik mijn gezicht naast het jouwe leg
mompel ik alsnog hoe gek ik op je ben